Geschiedenis

Uit: 100 jarig bestaan van de Koninklijke Fanfare St-Cecilia Teralfene

Stichting

12 februari 1877 – “Enige kenners van muziek vergaderen met toelating van de heer burgemeester in het schoollokaal om zich over de middelen te beraden tot heroprichten van een muziekmaatschappij in Teralfene”.Deze voor onze fanfare historische woorden, schreef de heer Bussers, onderwijzer en eerste secretaris van de maatschappij in zijn eerste verslag, dat onmiddellijk nieuwsgierige vragen doet oprijzen. Wie waren deze “kenners van muziek”? Wat wilden ze? Waarom schrijft de secretaris “heroprichten”? Op deze vragen moest een antwoord gevonden worden!”

Stichters

  • VAN DEN PLAS NICOLAUS, JOSEPHUS. Directeur 47 jaar. Landbouwer-brouwer. Burgemeester van Teralfene. Schoonbroer van Rollier Leon, brouwer te Denderleeuw.
  • CHRISTIAENS JOSEPH, BERNARD. Onderdirecteur, 63 jaar. Landbouwer. Schoonbroer van De Bisschop J.-B., commissaris en van D’Haeseleer F., standaarddrager. Christiaens werd reeds op 2 december 1878 door VAN HEYGHEN JOS opgevolgd.
  • D’HAESELEER FELIX. Standaarddrager. 49 jaar. Landbouwer. Geboren te Liedekerke.
  • CALLEBAUT BERNARDUS, JOSEPHUS. Boetemeester. 60 jaar. Landbouwer.
  • TEMMERMAN FRANS. Schatbewaarder. 29 jaar. Landbouwer. Voornaamste geldschieter van de fanfare. Bouwheer van de Grot van O.-L.-Vrouw van Lourdes, die hij liet oprichten als dank voor de genezing van zijn moeder Rosalie Van Vaerenbergh. De grot werd ingewijd op 29 juni 1885. Frans Temmerman en zijn vrouw zijn zeer oud geworden. Zij vierden hun briljante huwelijksdatum in 1935, precies 50 jaar na de inhuldiging van de grot. Nog het vermelden waard is dat Frans in 1925, samen met de onderpastoor, de ziekenkas “Hulp in Nood” stichtte en als eerste de eigenaar was van een melkerij.
  • BUSSERS LEOPOLD, AUGUSTE. Schrijver. 25 jaar. Was geboren in Oostende en kwam van Merchtem. Verliet de gemeente toen na de verkiezingen in 1884 de schoolkwestie begon.
  • CALLEBAUT FRANCISCUS, XAVERIUS. Commissaris. 56 jaar. Landbouwer. Schoonbroer van de onderdirecteur.
  • LANCKMAN FRANS. Commissaris. 23 jaar. Landbouwer. Schoonbroer van D’Haeseleer Felix.
  • DE BISSCHOP JAN-BAPTIST. Commissaris. Familie van Callebaut.
De maatschappij telde verder nog 11 ereleden, die deze onderscheiding kregen tegen betaling van 10, 12 of 15 Bef. en die aldus zorgden dat de fanfare over de nodige fondsen kon beschikken voor het aankopen van materieel.
Ereleden op het ogenblik van de stichting waren: Rollier Louis, De Bisschop Felix, Couck Samuel, Vandenbroeck Josephus, Van Nieuwenborgh L., Christiaens Petrus Joannus, Vandenbroeck David, Sterckx Frans, De Bolle Petrus, Schoonejans Andreas, Van Huylenbroeck Joannus.
De werkende leden, de muzikanten waren: Callebaut Joseph, Temmerman Frans, Bussers Leopold, Baetens Frans, Heeremans J.-Bte, Callebaut Jan, Callebaut J.-Bte, Van Heyghen Josephus, Andre Bellarmin, De Bolle Donatus, Van Nieuwenhove J.L., Lanckman Frans, Claes Domien, Van Nieuwenhove Frans, Heeremans Emiel, Rossignol Domien, Rossignol J.-Bte, Baetens August, Van Nieuwenhove H., Eckeman Frans, Dierickx Frans, Guldemont Felix, Rossignol Bernard, Arijs J.-Bte, Claes Serafien, Baeyens Petrus, Guldemont Benoit, Baeyens Josephus, Van Nieuwenhove Josephus.

Doelstellingen

De doelstellingen van de stichters worden klaar en duidelijk geformuleerd in art.2 van het reglement: “Het beoefenen en aanmoedigen der schone kunsten en inzonderheid de fanfaretoonkunst. Verder is haar oogmerk alle gemeentefeesten en plechtigheden op te luisteren, haar leden te vereren, alsmede de inwoners die zich door hun burgerlijke verdiensten onderscheiden, tot een openbaar ambt geroepen of verheven worden of een eerbeloning bekomen, de feestdag van St Cecilia vieren met een gezongen mis en nadien de leden ontvangen op een kosteloze maaltijd, jaarlijks een grote uitstap en concert organiseren.” De stichters hadden dus educatieve bedoelingen. Enerzijds wilden zij hun dorpsgenoten in contact brengen met allerlei artistieke manifestaties en anderzijds wilden ze verruimend werken door het organiseren van de grote jaarlijkse uitstap.
Onze fanfare moet werkelijk aan deze mooie menselijke behoeften beantwoord hebben, want sinds 1877 vinden we onze maatschappij terug in alle sociale, culturele en religieuze gebeurtenissen in onze gemeente.

Bestond er reeds voor 1877 een fanfare-kern?

Hoewel er nergens concrete sporen te vinden zijn, zijn er toch aanwijzigingen in de verslagen van 1877 die bewijzen dat er vóór dit jaartal al een zekere kern moet bestaan hebben. Hoe zou men anders onderstaande gebeurtenissen kunnen verklaren?
  • Tijdens 4 zittingen tussen 15 en 18 maart werden de 66 artikelen van het algemeen reglement en 14 artikelen van het Bijzonder reglement opgesteld, besproken en goedgekeurd.
  • In februari werd de volledige bestuurscommissie reeds samengesteld en telde men al 11 ereleden en 29 muzikanten.
  • In maart beslist men instrumenten aan te kopen bij Van Cauwelaert te Brussel.
  • In juni beslist men muziekstukken aan te kopen, de eerste uitstap in Leeuwbrug (Denderleeuw) te houden, in de processie te spelen, deel te nemen aan de muziekfeesten van Essene, op septemberkermis een verbroederingsfeest in te richten, de prijsuitdeling van de jongens op te luisteren.
  • De fanfare is in 1877, al winnaar van een medaille op het festival van Ninove.

Kroniek

Door het feit dat onze stichters wel geweldig actief geweest zijn op muzikaal gebied maar heel wat minder voor het schrijven van verslagen, is het door gebrek aan materiële bewijzen uitgesloten de werkelijke kroniek van onze fanfare te schrijven en moeten we ons beperken tot het vermelden der voornaamste gebeurtenissen. Gelukkig bestaat er nog het kasboek, van 1897 tot 1935, dat ons toelaat, aan de hand van de inkomsten en uitgaven, de voornaamste activiteiten van de fanfare te achterhalen.
Het kasboek is echter ook niet volledig. De periode 1883-1897 en 1913-1920 ontbreken. De eerste wereldoorlog had dus alle activiteiten van de fanfare stilgelegd. De “stille” periode na 1883 kan ook geschiedkundig verklaard worden. In 1884 kende ons land een landbouwcrisis door het invoeren van Amerikaans graan en een economische crisis als gevolg van overproductie en verergerd door vermindering van de koopkracht van de landbouwbevolking. Op politiek vlak waren er de schoolwet van 1884 en de oproeren van 1886, met de eerste betogingen voor algemeen stemrecht te Brussel, die grote sociale onrust veroorzaakten.
Dat onze dorpsgenoten “hun” fanfare telkens op 2 jaar, na een lange crisisperiode, terug tot volle activiteit brachten, bewijst dat de muziekmaatschappij van zeer grote betekenis was voor de gemeenschap. De fanfare was trouwens met elke familie verbonden en deelde met die mensen lief en leed. Dit verklaart de morele en financiële steun, in een tijd dat er geen overvloed was, die de fanfare gekregen moet hebben om, na de crisisperiode, onmiddellijk tot bloei te komen. Moest de fanfare weinig betekend hebben voor de gemeenschap van Teralfene, dan zou ze die steun nooit gekregen hebben. Voor onze mensen was een bloeiende muziekmaatschappij een erezaak.

Activiteiten op muzikaal gebied

Tussen 1877 en 1925 nam onze fanfare deel aan festivals te Aalst, Moorsel, Ninove, Wambeek, Ruisbroek, Liedekerke, Iddergem, Nieuwerkerke, Ternat, Asse, Brussel, Haaltert en Denderleeuw. Verder ook nog aan de muziekfeesten van Hekelgem, Essene, St.-Kath.-Lombeek en Pamel.Van deze festivals zijn medailles bewaard gebleven:

  • 1878 – 28 juli: Festival van Ninove.
  • 1893 – 4 juni: Viering 25 jaar bestaan Ternat.
  • 1897 – 30 mei: Festival van 25 jaar bestaan Fanfare St.-Remigius, Wambeek.
  • 1902 – 1 juni: Vaandelfeest “De Boerenkring” Moorsel.
  • 1908 – 12 juli: Vaandelinhuldiging der Xaverianen Asse.
  • 1909: Viering 50-jarig bestaan van de Katholieke Verenigingen van het Arrondissement Brussel.
Deze medailles zijn te bezichtigen in de speciale tentoonstellingsruimte.

Activiteiten op sociaal gebied

In 1897 deed onze fanfare haar eerste uitstap naar Ternaaien. Later, in 1897 bezocht men de expositie te Brussel en in 1913 de expositie te Gent.
Meiboomplanting: gebeurde elk jaar van 1897 tot en met 1970.
Inhuldiging van de vlag van de oudstrijders in 1925.
Viering van het honderdjarig bestaan van België in 1930.
De fanfare luisterde de eeuwfeesten op.
Sinds 12 juni 1930 mag onze fanfare het predikaat “Koninklijk” dragen. De vlag die op zondag 15 mei 1977 vervangen werd, werd in 1930 aangekocht. De nodige fondsen werden toen bijeengebracht door giften van aan de fanfare verwante families.
Ieder jaar, op 11 november, brengt de fanfare hulde met bloemenneerlegging aan het monument van de gesneuvelden.

Activiteiten op religieus gebied

In 1900 werd Eerwaarde Heer Pastoor Van Den Bril ingehuldigd als opvolger van Eerwaarde Heer Pastoor Goelen. In 1925 vierde men het jubileum van Eerwaarde Heer Pastoor Van Den Bril.
In 1960 herdacht men het 75-jarig bestaan van de grot van O.-L.-Vrouw van Lourdes.
De jaarlijkse St-Ceciliafeesten worden ingezet met een H. Mis voor de overleden leden.

Activiteiten op amusement gebied

In 1923 treedt de fanfare voor de eerste keer op als dansorkest op het ledenbal met nieuwjaarsdag. Er werden ook vastenavondbals gegeven. In 1931 organiseerde men de eerste Vlaamse Kermis.
fotogesch

Het toneelgezelschap “St-Jan”

Deze culturele vereniging werd opgericht onmiddellijk na de eerste wereldoorlog, nog in het jaar 1918. De eerste toneelvoorstellingen hadden plaats in een zaal op de Daalstraat.
Die zaal was toen eigendom van de familie Heeremans en bevond zich op de plaats waar nu (1977) de confectiezaak “Bisdom” is.
Nadien, rond 1922 wer de zaal van Rossignol Alfons gebruikt.
De families Rossignol en Heeremans zijn terug te vinden in de ledenlijsten van de fanfare. We overdrijven dus niet als we beweren dat de leden van het toneelgezelschap, of tenminste de oprichters ervan mensen van de fanfare moeten geweest zijn. In latere perioden, na 1940, vinden we geschreven documenten waarin de namen terug te vinden zijn van Rossignol Benoit, Rossignol Petrus, Van der Straeten Hector, Baeyens Jan, Rossignol Alfons. Deze mensen behoorden tot onze fanfare. De toneelvereniging en de fanfare vormden dus één culturele vereniging. In 1927 vinden we de eerste sporen van samenwerking met “St-Jan”. Het kasboek vermeldt twee uitgaven voor de toneelkring nl. 175 fr. voor grimering en 524,40 fr. als aandeel in de kosten voor een toneelvoorstelling.
Uit de samenwerking tussen fanfare en toneelkring ontstonden “Bonte Avonden”, die zo enorm populair waren na de tweede wereldoorlog. Die avonden waren voorlopers van onze huidige kleinkunstavonden.
De organisatoren van dergelijke avonden spaarden tijd nog moeite. Dit blijkt uit de programma’s van dergelijke avonden. Het programma bestond zomaar uit vijf delen, namelijk: muziek, toneel en zang, muziek, zang en declamatie en tot slot trad de fanfare op als dansorkest.
Nog bijzonder het vermelden waard vinden we de samenwerking in 1940 tussen de toneelkring “St-Jan” en de Koninklijke Fanfare St-Cecilia onder de naam “Vlaamsch-Katholieke Groep van Teralfene”. Deze groep organiseerde avondfeesten waarvan de volledige opbrengst bestemd was voor de gemobiliseerde militairen van de gemeente. Dat deze actie geapprecieerd werd door onze soldaten blijkt uit de dankbrieven die onze fanfare ontving en die bewaard gebleven zijn.
Deze brieven bevinden zich eveneens in onze speciale tentoonstellings- ruimte.

De fanfare anno 1977

Koninklijke Fanfare St-Cecilia 100 jaar! Een opmerkelijk feit ! ! Maar na de uitroepingstekens komen de bezorgde vragen. Wat nu? Wat zal de toekomst ons brengen? De laatste vraag is moeilijk te beantwoorden, maar één zaak staat vast: de fanfare blijft zeker nog 100 jaar bestaan! Grotere moeilijkheden dan deze die ze gedurende haar bestaan gekend en overwonnen heeft, kunnen we ons moeilijk voorstellen. Onze fanfare zal de komende tegenkantingen ook overwinnen! Daarvoor staan het dynamisme van haar bestuur en haar huidige jonge generatie muzikanten borg.
En wat nu, voor de nabije toekomst? met de voorbije fusie van gemeenten, hebben we de gelegenheid gekregen ons los te maken van alle politieke bindingen. Deze kans hebben we met beide handen gegrepen. De koninklijke fanfare wil terug een zuiver culturele vereniging zijn, zoals ze dat was bij haar oprichting. We willen en zullen ons strikt houden aan de doelstellingen van onze eerste stichters. De fanfare wil zich niet meer binden aan een politieke partij. Principieel is ze christelijk maar ze respecteert ieders gezindheid en levenshouding. Deze verdraagzaamheid betekent geenszins loslaten van principes en nog minder principeloosheid. Als de fanfare toevallig samenwerkt met bepaalde politiek verenigingen, dan is dit enkel op muzikaal en sociaal terrein. Zij beoogt de verbroedering van alle mensen van goede wil.

Comments are closed